Bewijs het maar, zonder blauwe plekken
De keuken van haar ouders ruikt naar thee en citrus. Annemarie heeft de ketel opgezet, koekjes op tafel, alles netjes. Dan trilt haar telefoon. Zeven gemiste oproepen en een voicemail. Van hem. Haar kaak verstrakt terwijl ze bijna twee minuten geratel over bedtijden afluistert. Ze legt de telefoon neer, pakt hem weer op. "Sorry," zegt ze. "Er gaat geen dag voorbij zonder dit." Ouderschap werd interessant voor hem, sinds zij weg is.

In Almere krijgen slachtoffers van huiselijk geweld alleen voorrang op een woning als ze het geweld kunnen bewijzen. De gemeentelijke urgentieregeling eist bevestiging van diverse instanties en geweld van minder dan drie maanden oud. Maar intieme terreur laat zelden een blauwe plek, een foto of een aangifte achter. Zo blijven juist de vrouwen die het gevaarlijkste geweld ontvluchten zonder veilige woonplek, omdat hun geweld geen sporen naliet.
Intieme terreur is een patroon van dwang en controle: isolatie, psychische druk, financiële afhankelijkheid en angst. Blauwe plekken horen er niet altijd bij. “Het is de meest gevaarlijke vorm van geweld,” zegt Christel Dingerdis, directeur-bestuurder van Blijf Groep en Veilig Thuis Flevoland. “Bij femicidezaken gaat daar intieme terreur aan vooraf.” En toch: de vrouwen die willen vertrekken, kunnen nergens heen.
Plekken in de vrouwenopvang zijn schaars. De Europese norm die voortvloeit uit het Verdrag van Istanbul is één opvangplek per tienduizend inwoners, dat zijn zo’n 1800 plekken. Nederland haalt die norm niet en heeft volgens Monitor Veilige Opvang bijna 800 plekken te weinig.
“Wij moeten kiezen tussen erg en erger,” zegt Dingerdis. Haar team krijgt meer aanmeldingen dan er plek is. Idealiter staat de deur open voor iedereen die veiligheid nodig heeft. “Maar dat is niet zo.” En juist de vrouwen die slachtoffer zijn van intieme terreur, zegt zij, moeten soms hun tanden op elkaar zetten en blijven, omdat er geen opvangplek is. De noodopvang in Almere zit vol: een verblijf duurt er gemiddeld 18,1 nachten, terwijl de norm drie is. De oorzaak van het tekort is volgens haar bekend: onvoldoende rijksbudget om de norm te halen.
Geen opvangplek, dus geen urgentie
Een plek in de opvang is precies wat de wet vraagt om automatisch een urgentieverklaring te krijgen. De Huisvestingswet beschermt slachtoffers van huiselijk geweld alleen als ze al in een opvanginstelling verblijven, zonder aanvullende bewijseis. Voor alle andere slachtoffers zwijgt de nationale wet en valt het terug op gemeentebeleid, dat per gemeente verschilt.
Almere is in Flevoland uniek. De gemeente is de centrumgemeente voor de regio, de enige met een vrouwenopvang en de enige met een formele urgentieregeling voor slachtoffers van huiselijk geweld buiten de opvang. Het probleem is er bovendien fors: in 2025 telde Veilig Thuis er 3.250 meldingen van vermoedelijk huiselijk geweld en kindermishandeling, ofwel 1.416 per 100.000 inwoners. Daarmee behoort Almere tot de landelijke top, samen met Roermond en Dordrecht. En het groeit: het aantal urgentieaanvragen op grond van geweld of bedreiging steeg in een jaar van 34 naar 45.
En toch is het beleid daar op deze manier gemaakt. Wie niet in de opvang komt, is aangewezen op de ambulante route: hulpverlening in de eigen omgeving, zonder opvangplek. Voor urgentie op een sociale huurwoning moet de aanvraag worden onderbouwd. De Huisvestingsverordening Almere 2024 vraagt “bewijsstukken van diverse instanties” en stelt dat het geweld niet langer dan drie maanden geleden mag hebben plaatsgevonden.
Annemarie ontsnapte aan jarenlange psychische en seksuele controle. Wat ze niet heeft, is een blauwe plek. Geen foto, geen letsel, geen aangifte. En precies dat werd haar probleem toen ze bij de gemeente Almere aanklopte voor woonurgentie. “Op grond van jouw verhaal zou je urgentie kunnen krijgen,” kreeg ze te horen, “maar je moet het wel bewijzen.”
Wat Annemarie hoorde aan het gemeenteloket is geen uitzondering. Het is de praktijk waarin een internationaal verdrag voor slachtoffers van huiselijk geweld ligt te verstoffen. Het Verdrag van Istanbul, dat Nederland in 2015 zonder voorbehoud ratificeerde, verbiedt gemeenten om hulp aan deze vrouwen afhankelijk te maken van bewijslast. Toch vragen Nederlandse gemeenten in de praktijk om documentatie die slachtoffers van intieme terreur structureel moeilijk kunnen leveren, omdat de aard van dit geweld weinig tot geen zichtbare sporen achterlaat.
Volgens de gemeente Almere mag er wel gevraagd worden om bewijs, als dit maar “licht, proportioneel en niet-strafrechtelijk” is. Gemeenten mogen vragen om medische verklaringen, verklaringen van hulpverleners, documentatie over de woonsituatie of andere stukken die de noodsituatie onderbouwen. “Het verdrag gaat over toegang tot ondersteuning, niet over toegang tot schaarse woonruimte,” antwoordt Almere. “Het verbiedt niet dat gemeenten enige vorm van onderbouwing vragen, maar wél dat zij slachtoffers van geweld dwingen tot strafrechtelijke bewijsvoering of aangifte.”
Bij driekwart van de dodelijke slachtoffers van femicide was eerder geen huiselijk geweld bekend bij de politie, schrijft Veilig Thuis. Geen melding, geen aangifte. Therapeut Thea van Bodegraven, die slachtoffers van intieme terreur en dwang binnen het gezin begeleidt, ziet het dagelijks gebeuren. “De pleger maakt gebruik van de angst van de ander,” zegt ze. “Angst maakt dat je je alleen maar kleiner maakt en het nauwelijks durft te vertellen.”
‘I’d rather see you dead, little girl, than to be with another man.’ - The Beatles (1965)
Wat het het gevaarlijkst maakt, is het moment van vertrek. Onderzoekers Ariane Hendriks en Ingrid Vledder beschrijven in hun boek Met Liefde heeft het niets te maken dat de periode rondom en na het beëindigen van een relatie voor vrouwen de gevaarlijkste periode van hun leven is. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten waarschuwt haar eigen professionals in een factsheet: juist het verbreken van de relatie kan leiden tot escalatie.
Als de vrouwen dan toch naar buiten treden, stoot de maatschappij ze terug, zegt Van Bodegraven, kalm maar beslist. “We leven in een maatschappij waarin alles bewezen moet worden. De blauwe plekken kun je zien… dus het is fijner als je geslagen wordt.” En even later: “Het systeem houdt het absoluut in stand.”
De Tweede Kamer weet dit. In een aangenomen motie van juli 2025 constateerden de Kamerleden Sandra Beckerman en Michiel van Nispen dat gemeenten in strijd met de wet handelen en verzoeken zij de regering om afspraken te maken over het wettelijke recht op urgentie. Een paar maanden later oordeelde ook GREVIO, het Europese toezichtsorgaan op het Verdrag van Istanbul, dat Nederland structureel tekortschiet. Op uitvoeringsniveau verandert er weinig.
“Urgent is urgent”
Almere kent ook geen voorrang of zwaarteverdeling tussen urgentiecategorieën, schrijft de gemeente. “Urgent is urgent. Dit betekent dat als er meerdere gegadigden zijn, in principe degene met de oudste urgentiedatum voor gaat.” De praktijk is weerbarstiger: een woning moet passen wat huurprijs en aantal kamers betreft, sommige woningen hebben labels: voor jongeren, senioren, grote gezinnen, of woningen aangepast voor rolstoelen. “Vooraf is lastig te voorspellen welke woningen wanneer vrij komen.” Het systeem maakt geen onderscheid naar acuut gevaar. Wie urgentie heeft sluit aan in de rij van iedereen met een geldige urgentiedatum.
Annemarie woont nu op zolder bij haar ouders. Het intieme terreur is niet geëindigd toen Annemarie vertrok. “Mijn oudste spreekt soms tegen mij zoals zijn vader dat deed, vol minachting”. Hendriks en Vledder beschrijven dit mechanisme: in de context van intieme terreur is het gezamenlijke gezag het beste cadeau dat de pleger kon krijgen, want daarmee zijn de mogelijkheden om controle uit te oefenen eindeloos. Het proces van ouderverstoting dat Hendriks en Vledder beschrijven waarin bewust de band tussen kind en moeder gesaboteerd wordt, herkent Annemarie. Hendriks en Vledder geven aan dat het een rode vlag is: “Het is niet normaal dat een kind uit zichzelf neerkijkt op een van zijn ouders. Hiervoor is aanmoediging of toestemming nodig van de andere ouder.”
Annemarie is weg bij hem en juist dat maakt haar het kwetsbaarst. Het gevaarlijkste geweld laat geen blauwe plek achter. En toch is het precies die plek die de gemeente van haar vraagt. Wie die niet kan laten zien, krijgt geen hulp bij het vinden van een veilige plek voor zichzelf en haar kinderen.
Noot van de redactie: Annemarie is niet de echte naam van de geïnterviewde vrouw. Haar identiteit is verborgen omwille van haar veiligheid. Haar naam is bekend bij de redactie.
Zit je zelf in een onveilige situatie of ken je iemand die dat is? Veilig Thuis is dag en nacht bereikbaar: 0800-2000.
Dit onderzoek maak jij mogelijk
Kleigenoten maken dit onderzoek mogelijk. Niet als publiek, maar als deelgenoten: door financieel bij te dragen, door vragen in te sturen of door tips te delen.
Steun ons onderzoekVers Uit de Klei in je inbox.
Een seintje bij elke nieuwe aflevering en elk nieuw verhaal. Geen ruis, en uitschrijven kost één klik.
Verstuurd via Laposta. We delen je e-mail met niemand en uitschrijven kost één klik.

Priscilla Rolvers
Onderzoeksjournalist met een bestuurskunde diploma en een ondernemersachtergrond. Is gek op onderzoek naar openbare bronnen en data en legt verbanden die anderen missen. Verbindt die verbanden weer met echte mensen, zodat een mens geen dossier wordt.